Drugs ABC

Drugs ABC

drugs, set en setting

Drugs database

Wil je meer weten over individuele middelen klik dan rechts in het middelen menu.

Op deze website vind je allerlei informatie over uitgaansdrugs. In ons Drugs ABC vind je onder andere informatie over de effecten en risico’s van de verschillende middelen.

We krijgen aan onze stand en via internet regelmatig vragen over de schadelijkheid van middelen en of het ene middel ‘slechter’ of  meer verslavend is dan het andere middel. Het is haast onmogelijk om daar een kant en klaar antwoord op de geven.

Wat voor effect een middel heeft en hoe riskant het gebruik er van is heeft namelijk met een aantal factoren te maken. Welke factoren dat zijn staat beschreven in de theorie van Zinberg (1984).

Deze theorie beschrijft hoe de factoren in een drug (het middel zelf), de set (factoren in het individu) en de setting (factoren in de fysieke en sociale omgeving) de werking van een bepaald middel bepalen. Je kunt stellen dat deze factoren drug, set en setting  net zoveel van invloed zijn op of iemand zijn of haar druggebruik onder controle heeft  en houdt, of dat het problematisch wordt.

Drug

Wanneer je de verschillende drugs indeelt in groepen naar werking kun je drie categorieën onderscheiden: Verdovende, Stimulerende en Bewustzijnsveranderende middelen.

Verdovende middelen (de Downers)

Verdovende middelen werken kalmerend en ontspannend. Ze maken je rustig, blij en verminderen gevoelens van angst. Als je veel gezeik aan je hoofd hebt, of gestressed bent, kun je dat soms door deze middelen even vergeten. De lichamelijke effecten zijn onder andere vertraagde hartslag en ademhaling. Je spieren ontspannen en je zintuigen gaan minder goed werken. Verdovende middelen zijn onder andere alcohol, GHB en slaap- en kalmeringsmiddelen (zoals bijvoorbeeld Valium), maar ook heroine is een echte downer.

Stimulerend (de Uppers)

Stimulerende middelen zorgen voor een meer energie en meer alertheid. Ze zorgen bij veel gebruikers ook voor een sterker gevoel van zelfvertrouwen. Vooral mensen die cocaine gebruiken zullen dit herkennen. Je hartslag en ademhaling gaan sneller, je bloeddruk verhoogd en je spieren spannen aan (je kunt er 'strak' van gaan staan) en je hebt minder of geen honger. Cocaïne, speed (amfetamine), XTC, maar ook tabak en koffie zijn voorbeelden van stimulerende middelen.

Bewustzijnsveranderend (de Trippers)

Door bewustzijnsveranderende middelen te gebruiken ziet de wereld er tijdelijk anders uit. Gebruik hiervan beïnvloedt de stemming en de waarneming. Je kunt bepaalde inzichten in jezelf, of je omgeving, krijgen en in sommige gevallen wordt dit ervaren als religieus of spiritueel. Lichamelijke effecten zijn onder andere een iets versnelde hartslag en bloeddruk. Onder de bewustzijnsveranderende middelen vallen onder andere XTC en cannabis. Hallucinogenen middelen zijn onder andere: LSD, paddo’s, Ketamine, 2C-B en andere tripmiddelen.

Deze indeling naar effect is niet een heel strakke indeling. Een aantal middelen hebben meerdere effecten, zoals XTC, dat werkt zowel stimulerend als bewustzijnsveranderend. Cannabis werkt verdovend (het ‘stonede’ effect) maar zorgt lichamelijk voor lichte stimulering en kan in hoge doseringen bewustzijnsveranderend zijn). Alcohol is een verdovend middel maar kan bij een lage dosis zorgen voor een fitter gevoel.

Verslavend?

Sommige drugs zijn meer of sneller verslavend dan anderen. Van invloed op de verslavende werking is of er snel gewenning of tolerantie optreedt (dus dat je steeds meer van het middel nodig hebt om hetzelfde effect te bereiken) en of er lichamelijke ontwenningsverschijnselen optreden als je mindert of stopt met het gebruik. Dat gebeurt bij het ene middel nu eenmaal sneller dan bij het andere middel. Ook de toedieningwijze heeft te maken met kans op verslaving. Roken en spuiten zijn manieren die eerder tot verslaving leiden dan eten of slikken. Tenslotte is van invloed hoe vaak je het middel gebruikt

Set

Met de factor set worden de kenmerken van de gebruiker zelf bedoeld. Je kun daarbij denken aan de volgende dingen:

  • Zit je lekker in je vel?
  • Wat voor verwachting heb je van het middel?
  • Ben je lichamelijk en psychisch gezond?
  • Gebruik je medicijnen?
  • Heb je voldoende gegeten en gedronken in de afgelopen dagen (geen alcohol)?
  • Wat voor een kleding heb je aan (te warm, te koud, ademende stof of juist afsluitende latex)?

Setting

Met de factor setting wordt de omgeving bedoeld. Daarbij  kun je denken aan factoren als:

  • Hoe is het klimaat waarin je gebruikt (koud of warm, vochtig)?
  • Hoe druk is het waar je bent?
  • Is er vrije waterverstrekking?
  • Is er adequate hulp aanwezig?
  • Heb je gebruikt in een omgeving die vertrouwd voor je is?
  • Heb je alleen gebruikt, met vrienden of met mensen die je nauwelijks kent?
  • Was de omgeving waarin je hebt gebruikt druk of juist heel rustig?

 

Het effect van een middel is dus lastig te voorspellen. Iedereen kent misschien wel een situatie waarbij je een paar glaasjes alcohol op hebt en je daar prima bij voelt. Een andere keer kan het zijn dat je dezelfde hoeveelheid drinkt en de alcohol helemaal niet zo lekker valt. Je snapt er misschien niets van. Dat heeft te maken met de persoons- of omgevingsfactoren die allemaal een bepaalde invloed op elkaar uitoefenen waardoor de werking van alcohol en andere soorten drugs vaak onvoorspelbaar is. Hetzelfde geldt voor een XTC pil die je op een niet zo’n geweldig feestje neemt en dezelfde pil neem je op het meest fantastische feest van het jaar. De werking zal anders zijn. Dat heeft te maken met de setting.



© copyright 2011 - Unity info@unity.nl
Disclaimer: Let op: Als je drugs of alcohol gebruikt loop je altijd risico’s. Wil je geen risico’s lopen, dan moet je geen drugs of alcohol gebruiken.