Thrillseeking: de sociale gevolgen van het verband tussen cocaïnegebruik en persoonlijkheid

Het is weer tijd voor een stuk van de redactie! Door veel en regelmatig cocaïne te gebruiken kan het karakter van een gebruiker veranderen. Hoe kan dat? Unity-er Menno dook de literatuur in en schreef hier een uitgebreid stuk over:

In de meeste scenes van het Amsterdamse nachtleven komt regelmatig cocaïnegebruik voor[i]. Toch is het gebruik van cocaïne (coke, sos) niet in alle kringen van het nachtleven even populair. Er lijkt meer taboe te heersen rondom cocaïne dan meer gangbare partydrugs als xtc. In bepaalde kringen wordt cocaïne geassocieerd met glamour, status en een elitair gevoel. Anderzijds is cocaïne berucht om verslaving, controleverlies en georganiseerde misdaad. In dit artikel wordt de relatie tussen cocaïnegebruik en persoonlijkheid besproken. Eerst zullen persoonlijkheidskenmerken worden besproken die de kans verhogen dat iemand cocaïne of andere drugs gaat gebruiken. Vervolgens zal onderzoek naar hersenschade door cocaïnegebruik worden besproken, met een nadruk op de daaraan gerelateerde sociale gevolgen.

Beperkingen van onderzoek

De in dit artikel besproken onderzoeken vergelijken meestal een groep recreatieve, afhankelijke en niet-gebruikers met elkaar. Er worden dan bijvoorbeeld vragenlijsten afgenomen die karaktertrekken meten, of mensen moeten een taak uitvoeren die bepaalde vaardigheden meet (soms terwijl een hersenscan wordt gemaakt). Dit soort meetinstrumenten worden meestal uitgebreid onderzocht op betrouwbaarheid. Vervolgens wordt gekeken of de gemiddelde score van gebruikers dusdanig verschilt van de niet-gebruikers dat het erg onwaarschijnlijk (minder dan 5% kans) is dat de verschillen door toeval kunnen worden verklaard. Om toeval geheel te kunnen uitsluiten is vervolgonderzoek nodig. Omdat in onderzoek gemiddelden worden gebruikt, hoeven de besproken karaktertrekken en gevolgen niet voor iedere gebruiker te gelden.

Thrillseeking

Er zijn een aantal karaktertrekken die de kans verhogen dat mensen drugs gaan gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan mensen met een hogere behoefte aan spanning (thrill), ze zijn sneller verveeld en hebben meer zucht naar avontuur[ii]. Zij worden ook wel thrillseekers genoemd, bereid om risico’s te nemen en nieuwe ervaringen op te doen. Ze hebben meer behoefte aan afwisseling en verandering.

In sommige gevallen betekent dat dat ze het lekker vinden om zich uit te leven en daarbij alle remmen los te laten. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat mensen die drugs gebruiken vaker impulsief zijn dan mensen die niet gebruiken[iii]. Met impulsief wordt bedoeld dat iemand snel kan reageren en handelen zonder daarbij al te ver vooruit te denken, en rekening te houden met de mogelijke consequenties. Bijvoorbeeld door in een gesprek een ongepaste opmerking eruit te flappen. De mate van impulsiviteit verschilt tussen mensen maar ook tijdens het leven. Naarmate je volwassen wordt neemt impulsiviteit langzaam af[iv].

De coke rush

Er zijn grote verschillen in hoe mensen de effecten van cocaïne en andere drugs ervaren[v]. Iedereen is namelijk verschillend, zoals mensen verschillen in lengte of haarkleur verschillen ook de hersenen. Verschillende hersenen reageren ook anders op drugs, zo kan de ene persoon gevoeliger zijn voor de effecten van cocaïne dan de ander.

Het stimulerende, euforische en zelfverzekerde gevoel dat cocaïne kan opwekken heeft te maken met opstapeling van dopamine en noradrenaline in de hersenen[vi]. Dopamine en noradrenaline zijn neurotransmitters, stofjes die de activiteit van hersencellen beïnvloeden. Om een boodschap van cel naar cel door te geven stoot de eerste cel neurotransmitters uit, de boodschap wordt gelezen wanneer de neurotransmitters receptoren op de volgende cel activeren. De receptoren kun je vergelijken met een televisieantenne, waarbij verschillende typen receptoren een ander televisiekanaal ontvangen. Dit verandert de activiteit in de cel, bijvoorbeeld door bepaalde genen te activeren of eiwitten aan te maken.

In het geval van cocaïne worden veel cellen actiever, ze geven vaker boodschappen aan elkaar door. Dit uit zich bijvoorbeeld in het ervaren van meer energie en zelfvertrouwen. Voor meer informatie over de werking van cocaïne in de hersenen zie de animaties en uitleg op de website van Jellinek.

De meeste prettige (en verslavende) effecten van cocaïne zijn het gevolg van dopamine. Dopamine is een stof die betrokken is bij o.a. (gevoeligheid voor) beloning en motivatie. Het vrijkomen van dopamine in de hersenen geeft een prettig gevoel, wat leidt tot motivatie om dat gevoel weer op te wekken. Dit houdt mensen gemotiveerd om te eten, drinken en seks te hebben en is dus belangrijk om te overleven. Een keerzijde van dit motivatiesysteem is dat dit prettige gevoel verslaving in de hand werkt als het (onbewust) wordt gekoppeld aan de drug. Dit kan leiden tot een sterke drang dat gevoel weer terug te krijgen en dus meer te gebruiken. Naast dopamine speelt ook noradrenaline een rol bij de coke rush, opstapeling in de hersenen zorgt voor een alert en wakker gevoel.

Gevoeligheid voor beloning

Er zijn mensen die minder gevoelig zijn voor beloning. In ernstige gevallen wordt er gesproken van reward deficiency syndrome[vii]. Door genetische verschillen tussen mensen kan het zijn dat iemand meer of minder van een bepaald type receptor heeft. Zo heeft ongeveer een kwart van de bevolking minder dopamine D2-receptoren. Het gevolg hiervan is dat mensen met deze genetische variant minder in staat zijn om plezier te ervaren. Ook is er een verband met impulsiviteit[viii], mensen die minder gevoelig zijn voor beloning zijn vaak impulsiever dan anderen. Een deel ontwikkelt verslavingsgedrag, doordat verslavende middelen (cocaïne, tabak, alcohol etc.) het gevoel van plezier dat ze normaal niet ervaren wel kunnen opwekken.

Een andere genetische variatie die invloed heeft op drugsgebruik heeft te maken met de dopamine D4-receptor. Mensen die minder van deze receptoren hebben zijn meer geneigd tot thrillseeking2, 6. Waarschijnlijk ervaren deze mensen het prettige gevoel van dopamine minder sterk, waardoor ze sterkere prikkels nodig hebben om dit op te wekken.

Zowel thrillseeking, impulsiviteit als gevoeligheid voor beloning spelen dus een rol bij het gebruik van cocaïne en andere middelen.

Wereldbeeld

Een karaktertrek meer specifiek voor cocaïnegebruikers is Machiavellianisme[ix]. Zowel recreatieve als afhankelijke cocaïnegebruikers scoren gemiddeld hoger dan niet-gebruikers op vragenlijsten die deze karaktertrek meten. Mensen die deze karaktertrek sterker vertonen hebben een meer cynisch en negatief beeld van de wereld, ze geloven bijvoorbeeld minder sterk dat andere mensen goede bedoelingen hebben. Bovendien kijken ze meer praktisch en conservatief naar morele standpunten, waarbij ze meer waarde hechten aan eigen belang en hun mening minder snel aanpassen naar aanleiding van nieuwe informatie. Er is sprake van verminderd sociaal inlevingsvermogen wat leidt tot meer egocentrische beslissingen. In extremen kan dit zich erin uiten dat mensen zich wel bewustzijn van sociale regels (moraliteit), maar hun gedrag niet willen of kunnen aanpassen aan sociale regels. Dit kan zich bijvoorbeeld uiten in manipulatief gedrag. Deze karaktertrek vergroot de kans dat iemand begint met cocaïnegebruik.

Inlevingsvermogen en emotieherkenning

Het gebruik van drugs als cocaïne kan er voor zorgen dat de hersenen veranderen, wat gevolgen heeft voor o.a. sociaal gedrag. Zowel de effecten van chronisch als recreatief gebruik op sociaal gedrag worden besproken.

Bij chronische cocaïnegebruikers zijn veranderingen in hersengebieden zichtbaar die betrokken zijn bij sociaal denken[x]. Met sociaal denken wordt het vermogen bedoeld om op logische wijze de denkbeelden van anderen te begrijpen. Ook het aanvoelen van de emoties van anderen valt onder sociaal denken. Zowel recreatieve als chronische cocaïnegebruikers hebben meer moeite met het aanvoelen van emoties van anderen dan niet-gebruikers. Er bleek daarentegen niet in ieder onderzoek verschil in het inleven in de denkbeelden van anderen9, 10.

Ook het herkennen van emotie in de melodie van stemmen is voor cocaïnegebruikers lastiger10. Bovendien maken ze minder oogcontact in sociale situaties[xi]. De karaktertrek Machiavellianisme zorgt ervoor dat mensen een kleiner sociaal netwerk hebben los van gebruik. Daarnaast bleek dat als mensen meer cocaïne gebruiken, ze minder sociale contacten hebben. Mensen die meer cocaïne gebruiken hebben minder vrienden, ofwel ze verliezen vrienden als gevolg van gebruik. Dit lijkt te maken te hebben met een andere manier van sociale informatieverwerking, wat versterkt wordt door meer cocaïnegebruik.

Controleverlies

Bij afhankelijke gebruikers uiten sociale problemen zich bijvoorbeeld in moeite met samenwerken9. Ook blijken cocaïnegebruikers meer moeite te hebben om hun gedrag aan te passen aan een situatie. Afhankelijke gebruikers hebben daardoor meer moeite om eigen gekozen doelen, normen en waarden na te streven9. Dit komt overeen met het controleverlies dat gebruikers beschrijven1.

Voor impulsiviteit en spanningsbehoefte bleek geen verband tussen de hoeveelheid cocaïnegebruik3. Wel bleken mensen die impulsiever handelen vaker last te hebben van ADHD of depressie. Bij chronische gebruikers komen ADHD en depressie ook vaker voor dan bij niet- of recreatieve gebruikers.

Gokken

Uit een ander onderzoek bleek dat recreatieve en chronische cocaïne gebruikers op een meer egocentrische manier beslissen bij gokspelen en sociale taken[xii]. Hoewel zowel recreatieve als afhankelijke gebruikers anders beslisten in sociale situaties, waren alleen de afhankelijke gebruikers minder goed in gokken. Afhankelijke gebruikers bleken minder vooruit te denken en meer impulsief te handelen.

Beloning en sociale feedback

De besproken sociale gevolgen kunnen deels worden verklaard door verminderde gevoeligheid voor beloning (en het dopaminesysteem). Cocaïnegebruikers vertonen minder activiteit in hersengebieden die betrokken zijn bij beloning11. Positieve en negatieve feedback komen hierdoor minder sterk binnen. Er is bewijs dat de verminderde gevoeligheid voor beloning ook opgaat voor sociale situaties, wat gevolgen heeft voor het dagelijks leven. Dit werd bevestigd in vervolgonderzoek. Daaruit bleek dat cocaïnegebruikers minder gevoelig waren voor sociale feedback zoals een compliment[xiii]. Mogelijk ervaren ze sociale steun hierdoor minder sterk.

Conclusie

Al met al betekent dit dat er karaktertrekken zijn die de kans verhogen dat iemand begint met het gebruiken van drugs. Dit zijn een hogere mate van thrillseeking en impulsiviteit, en een lagere mate van gevoeligheid voor beloning. Cocaïnegebruikers verwerken sociale informatie op een andere, vaak meer negatief gekleurde manier. Het is moeilijker voor cocaïnegebruikers om emoties van anderen te herkennen en hun gedrag aan (sociale) situaties aan te passen. Een sterkere uiting van de karaktertrek Machiavellianisme bij cocaïnegebruikers zorgt ervoor dat ze een kleiner sociaal netwerk hebben, met minder sociale steun om zich heen. Dit kan te maken hebben met een meer egocentrische manier van denken en handelen. Daarnaast wordt sociale steun uit de omgeving, zoals een compliment, minder sterk ervaren vanwege een verminderde gevoeligheid voor het prettige gevoel dat dit opwekt. Dit betekent overigens niet dat er geen behoefte is aan sociale steun, maar maakt het juist extra belangrijk om steun en zorgzaamheid te uiten. De omgeving kan dus extra steun en zorgzaamheid bieden. Om het sociale netwerk te behouden kan het ook zinvol zijn om als gebruiker meer bewust om te gaan met de gevoelens en emoties van anderen. Omdat het voor cocaïnegebruikers lastiger is om zich in te leven in anderen zouden gebruikers ervoor kunnen kiezen meer bewust om te gaan met de emoties van anderen, prettig sociaal contact kan mogelijk helpen het sociale netwerk in stand te houden.

Het controleverlies dat gebruikers beschrijven kan ervoor zorgen dat gebruik uit de hand loopt. Hoe meer iemand gebruikt, hoe groter de kans dat hij in een vicieuze cirkel terecht komt waarbij het gebruik steeds ernstiger wordt. Het is van belang om alleen te gebruiken als je je goed voelt, en niet om vervelende gevoelens tegen te gaan. Gebruik om vervelende gevoelens tegen te gaan kan leiden tot verslaving.

Gebruik jij regelmatig cocaïne en wil je inzicht krijgen in je gebruik, minderen of stoppen? Matig je gebruik voordat je in de problemen komt. Dit kun je zelf gratis en anoniem online doen met de zelfhulpmodule van de Jellinek.

Is er iemand in je omgeving die (te) veel gebruikt? Probeer op een open, niet oordelende manier in gesprek te gaan. Boos worden werkt vaak averechts. Uit je bezorgdheid en stimuleer een open gesprek. Benoem de impact van het gebruik op jou als persoon, bijvoorbeeld dat je je zorgen maakt. Een zorgzame houding kan de drempel verlagen om hulp te accepteren bij problematisch gebruik. Het uiten van medeleven en steun richting mensen die cocaïne gebruiken is misschien wel extra belangrijk. Kijk ook op de website van Jellinek en Drugsinfo voor meer informatie.

Met medewerking van: Raoul Koning, Judith Noijen en Sarsani Schenk

Literatuur

  • [i]Nabben, T., Luijk, S. J., Benschop, A. & Korf, D. J. (2017). Antenne 2016: Trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. Amsterdam: Rozenberg Publishers.
  • [ii]Wingo, T., Nesil, T., Choi, J. S., & Li, M. D. (2016). Novelty seeking and drug addiction in humans and animals: from behavior to molecules. Journal of Neuroimmune             Pharmacology, 11(3), 456-470.
  • [iii]Vonmoos, M., Hulka, L. M., Preller, K. H., Jenni, D., Schulz, C., Baumgartner, M. R., & Quednow, B. B. (2013). Differences in self-reported and behavioral measures of impulsivity in recreational and dependent cocaine users. Drug and alcohol dependence, 133(1), 61-70.
  • [iv]Steinberg, L., Albert, D., Cauffman, E., Banich, M., Graham, S., & Woolard, J. (2008). Age differences in sensation seeking and impulsivity as indexed by behavior and self-report: evidence for a dual systems model. Developmental psychology, 44(6), 1764.
  • [v]Unity (2017). Cocaïne. Opgehaald 10 juli, 2017, van https://www.unity.nl/drug/cocaine/
  • [vi]Stahl, S. M. (2013). Stahl’s essential psychopharmacology: neuroscientific basis and practical applications. Cambridge university press.
  • [vii]Mental Health Daily (2014). Reward Deficiency Syndrome: Causes, symptoms, treatment. Opgehaald 9 juli, 2017, van http://mentalhealthdaily.com/2014/10/20/reward-deficiency-syndrome-causes-symptoms-treatment/
  • [viii]Trifilieff, P., & Martinez, D. (2014). Imaging addiction: D2 receptors and dopamine signaling in the striatum as biomarkers for impulsivity. Neuropharmacology, 76, 498-509.
  • [ix]Quednow, B. B., Hulka, L. M., Preller, K. H., Baumgartner, M. R., Eisenegger, C., & Vonmoos, M. (2017). Stable self-serving personality traits in recreational and dependent cocaine users. PloS one, 12(3), e0172853.
  • [x]Preller, K. H., Hulka, L. M., Vonmoos, M., Jenni, D., Baumgartner, M. R., Seifritz, E., … & Quednow, B. B. (2014). Impaired emotional empathy and related social network deficits in cocaine users. Addiction biology, 19(3), 452-466.
  • [xi]Preller, K. H., Herdener, M., Schilbach, L., Stämpfli, P., Hulka, L. M., Vonmoos, M., … & Quednow, B. B. (2014). Functional changes of the reward system underlie blunted response to social gaze in cocaine users. Proceedings of the National Academy of Sciences, 111(7), 2842-2847.
  • [xii]Hulka, L. M., Eisenegger, C., Preller, K. H., Vonmoos, M., Jenni, D., Bendrick, K., … & Quednow, B. B. (2014). Altered social and non-social decision-making in recreational and dependent cocaine users. Psychological medicine, 44(5), 1015-1028.
  • [xiii]Tobler, P. N., Preller, K. H., Campbell-Meiklejohn, D. K., Kirschner, M., Kraehenmann, R., Stämpfli, P., … & Quednow, B. B. (2016). Shared neural basis of social and non-social reward deficits in chronic cocaine users. Social cognitive and affective neuroscience, 11(6), 1017-1025.

Deze website gebruikt cookies om (geanonimiseerde) gebruikersdata in te zien. Lees meer in ons privacybeleid.